Windmolens voor vervoer

NRC schrijft dat er landelijk 30 procent meer vraag naar stroom komt en dat daar in de planning geen rekening mee is gehouden. Die stijging van 30 procent wordt letterlijk toegeschreven aan de productie van waterstof.

Samenvatting artikel NRC

NRC stelt dat de waterstofambities van het kabinet de elektriciteitsvraag in 2030 met 30 procent doen stijgen ten opzichte van nu.

Martien Visser, lector energie aan de Hanzehogeschool en strateeg bij de Gasunie, stelt dat  “de samenleving alleen bezig is met verduurzaming van de huidige elektriciteitsvraag”.

Energiespecialist Laetitia Ouillet (TU Eindhoven) denkt dat de waterstoffabrieken in de praktijk niet alleen op windstroom zullen draaien. Zij vreest voor gascentrales om de nieuwe waterstoffabrieken van stroom te voorzien.

Visser vindt wind op zee de enige logische optie (Shell en Gasunie bouwen de grootste waterstoffabriek van Europa in de Eemshaven) en noemt op wat we niet willen: geen biomassa, geen windparken op vaste land, te weinig mogelijkheden met zonne-energie en geen kernenergie.

Volgens het ministerie is in 2030 voor de waterstofplannen 32 TWh nodig. Het totale landelijke stroomverbruik lag in 2019 op 119 TWh.

Ouillet vindt dat het kabinet andere prioriteiten moet stellen, zoals slimmer elektrisch vervoer.

De Nuance

Dat die stijging van 30 procent niet in de plannen is meegenomen, is om meerdere redenen opmerkelijk. In 2017 schreef ik al dat elektrisch rijden makkelijk kon. Daarin berekende ik dat als het hele Nederlandse wagenpark (batterij-)elektrisch zou rijden, dat zou leiden tot een extra stroomverbruik van 18 procent.

Sinds de jaren ’50 is er sprake van een gestaag groeiende vraag naar elektriciteit. In 2008 kwam er een knik in de curve. Die had te maken met terugnemende economische activiteit als gevolg van de economische crisis.

Fig 1: de totale elektriciteitsvraag in Nederland – Bron: CBS

Een stijging van het stroomverbruik in 2030

Ik denk dat de vraag naar elektriciteit in 2030 met vermoedelijk veel meer dan 30 procent zal stijgen. Ik som een paar dingen op:

  • Elektrificering wagenpark (alleen maar elektrische personenwagens betekent plus 18 procent ten opzichte van 2017). Nu loopt dit wel los, want van de huidige 8,5 miljoen auto’s rijden er ook in 2030 nog een heleboel op fossiele brandstof.
  • Stijging stroomgebruik datacenters.
  • Groei van bevolking, als er meer inwoners zijn, is er meer energie nodig.
  • Groei en verduurzaming economische activiteiten. Als geen uitstoot het doel is, is er een heel eenvoudig middel om dat te bereiken: stop direct alle economische activiteiten.

Reflectie

Het NRC-artikel zet aan tot ernstig nadenken. Maar aan het artikel kleeft een beetje de nasmaak dat ‘waterstof’ de schuld is van de gestegen elektriciteitsvraag. En dat is natuurlijk volstrekte onzin. Als de vraag naar elektriciteit stijgt, ligt dat aan ons zelf.

Met mijn autobril op is het heel simpel: willen we minder benzine en diesel, dan stijgt de vraag naar stroom. Willen we minder woon-werkverkeer en meer 'Zoomen' en 'Teamen', dan stijgt de vraag naar stroom. Willen we 5G en hebben we een continue datahonger, dan stijgt de vraag naar stroom.

Hoe zorgen we dat de elektriciteitsvraag in 2030 verdubbelt?

Meer, meer, meer in plaats van minder, minder, minder

Misschien moeten we niet nadenken over minder, minder, minder, maar over meer, meer, meer. In plaats van de vraag hoe realiseren we een stijging van de elektriciteitsproductie van 30% in 2030 ben ik eerder geneigd om te vragen hoe we zorgen dat de elektriciteitsvraag in 2030 verdubbelt?  Wat betekent dat? Gevolgd door de vraag: willen we dat?

Ik denk dat we blij mogen zijn dat de Shells en Gasunies van deze wereld de schouders onder dit soort megaprojecten zetten. Want ze zijn gewoon hard nodig.

 

Over de auteur

Arjan de Putter