JCB Hydromax jaagt op wereldsnelheidsrecord met waterstof-verbrandingsmotor
Twintig jaar nadat de JCB Dieselmax het wereldrecord voor dieselauto's op 350,092 mph (563 km/h) zette, gaat de Britse machinebouwer JCB in augustus 2026 terug naar de Bonneville Salt Flats in Utah. Doel: een FIA-erkend wereldrecord met een waterstofauto. Het voertuig heet JCB Hydromax, is bijna 10 meter lang en wordt aangedreven door twee eigen waterstofmotoren met gezamenlijk circa 1.600 pk. Aan het stuur zit opnieuw Andy Green — de enige mens die ooit de geluidsbarrière op land doorbrak, met de straalaangedreven ThrustSSC in 1997.
Geen brandstofcel, maar waterstofverbranding
Belangrijk om te onderscheiden: de Hydromax rijdt niet op een brandstofcel zoals een Toyota Mirai of een Hyundai Nexo. JCB gebruikt waterstof-verbrandingstechniek (Hydrogen Internal Combustion Engine, oftewel HICE). Hierbij wordt waterstof in een aangepaste verbrandingsmotor verbrand, vergelijkbaar met benzine of diesel. De uitlaat stoot voornamelijk waterdamp uit, met afhankelijk van de verbrandingscondities kleine hoeveelheden stikstofoxiden. Het is dus geen volledig schone aandrijving zoals een FCEV, maar wel CO2-vrij in directe uitstoot. JCB investeerde de afgelopen vijf jaar circa £100 miljoen in deze technologie en gebruikt vergelijkbare motoren al in productie-graafmachines.
De records om te verslaan
De Hydromax mikt op meerdere bestaande snelheidsrecords:
- Waterstof-verbrandingsmotor: 185,5 mph (~298 km/h), gezet door de BMW H2R prototype in 2004
- Waterstof brandstofcel: 302,877 mph (~487 km/h), gezet door de Buckeye Bullet 2 in 2009
- Eigen oud diesel-record JCB Dieselmax: 350,092 mph (~563 km/h) uit 2006
JCB-voorzitter Lord Bamford heeft aangegeven dat het team mikt op meer dan 350 mph — een snelheid die alle drie bestaande records zou overtreffen.
De wagen en het team
De Hydromax is volgens JCB lichter, krachtiger en sneller dan zijn dieselvoorganger. Twee productiegebaseerde waterstofmotoren leveren samen ongeveer 1.600 pk; in standaarduitvoering produceren dezelfde motoren in graafmachines slechts 80 pk per stuk. Het project wordt uitgevoerd met motorsportbedrijven Prodrive en Ricardo. De FIA, het internationale overkoepelende motorsportorgaan, treedt op als officiële tijdwaarnemer voor de recordpoging. Testen begint in het Verenigd Koninkrijk; in augustus 2026 rijdt het team eerst tijdens Bonneville SpeedWeek (georganiseerd door de Southern California Timing Association) en blijft daarna voor de officiële FIA-pogingen.
Waarom dit relevant is
Voor de bredere waterstofmobiliteit is dit project om twee redenen interessant. Ten eerste zet het waterstof-verbrandingstechniek op de kaart als serieuze emissiearme aandrijflijn voor zware industriële toepassingen — JCB ziet het als de logische opvolger van diesel voor graafmachines, generatoren en bouwequipment. Ten tweede werken recordpogingen op deze schaal als technologische uithangborden: ze trekken investeringen, talent en publieke aandacht naar een technologie die voor de meeste mensen nog abstract is. Voor JCB komt het bovendien net voor de opening van een nieuwe fabriek van $500 miljoen in San Antonio, Texas.
Belangrijk om in het achterhoofd te houden: voor personenauto's en lichte transportvoertuigen blijft de brandstofcel (FCEV) de logischere keuze, omdat die efficiënter is en geen NOx-emissies kent. Verbrandingstechniek wint vooral terrein in zware machines waar koppel, robuustheid en gewicht zwaarder wegen dan rendement.
Bronnen:
- FIA: officiële aankondiging van het hydrogen land speed record-attempt (mei 2026)
- JCB.com: persbericht en projectpagina Hydromax
- Autocar: interview met chief engineer Lee Harper en Lord Bamford
- Magneto Magazine en EV Magazine: aanvullende dekking
- Transport & Energy: techniekoverzicht hydrogen combustion